Wie is uitgezonderd — en wie alleen in schijn
De micro-ondernemingsuitzondering is het meest gezochte en het meest verkeerd geciteerde onderdeel van de Duitse omzetting van de Europese Toegankelijkheidsakte. Ze past in twee zinnen. Het ene deel is een „en”, het andere een „of” — en precies daar gaan de meeste samenvattingen de mist in.
Eerste vraag: is uw website überhaupt een dienst in de zin van de wet?
Voordat je over uitzonderingen praat, moet de reikwijdte vaststaan. Die is smaller dan de publieke toon doet vermoeden.
§ 1, lid 3 BFSG somt limitatief vijf soorten diensten op, en alleen die welke aan consumenten na 28 juni 2025 worden geleverd: elektronische communicatiediensten, bepaalde onderdelen van personenvervoerdiensten, bankdiensten voor consumenten, e-boeken met bijbehorende software — en, doorslaggevend voor de meeste bedrijven, nr. 5: „diensten van de elektronische handel”.
Wat dat precies is, definieert § 2, nr. 26 BFSG: digitale diensten in de zin van § 1, lid 4, nr. 1 van de Duitse wet digitale diensten, aangeboden via websites en mobiele applicaties, langs elektronische weg en op individueel verzoek van een consument geleverd met het oog op het sluiten van een consumentenovereenkomst.
Die laatste zinsnede is de hefboom. Niet elke website is een dienst van de elektronische handel. Een louter presenterende site van een installatiebedrijf, waar niets besteld, geboekt of afgesloten kan worden, is niet gericht op het sluiten van een consumentenovereenkomst. Een webwinkel met winkelwagen uiteraard wel. Daartussen ligt het veld waar de kwalificatie werkelijk betwistbaar kan zijn — boekingsformulieren, afsprakenplanners, configuratoren, afsluittrajecten.
Ook „consument” is gedefinieerd, in § 2, nr. 16: iedere natuurlijke persoon die koopt of ontvangt voor doeleinden die overwegend buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen.
Overeenkomstige bepalingen bestaan in elke lidstaat, omdat alle dezelfde richtlijn omzetten. De reikwijdte van artikel 2 van Richtlijn (EU) 2019/882 en de definitie van micro-onderneming in artikel 3, punt 23 zijn inhoudelijk in de hele Unie gelijk; alleen de handhavende instanties en de sancties verschillen. In Nederland gebeurde de omzetting via de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten.
Twijfelt u hier? Gok dan niet. Onze korte vragenlijst Geldt dit voor mij? leidt u in enkele stappen precies door deze toets — en stuurt u weg als het niet voor u geldt.
De micro-ondernemingsuitzondering — de tekst, niet de samenvatting
Twee bepalingen, samen drie regels. Ze worden opvallend vaak verkeerd geciteerd.
§ 3, lid 3, eerste volzin BFSG luidt: „Lid 1 geldt niet voor micro-ondernemingen die diensten aanbieden of leveren.” Lid 1 is de hoofdplicht — producten en diensten moeten toegankelijk zijn. Een micro-onderneming die een dienst aanbiedt, is van die hoofdplicht uitgezonderd.
Wie micro-onderneming is, staat in § 2, nr. 17 BFSG, en daar loont nauwkeurig lezen: „een onderneming die minder dan tien personen in dienst heeft en die ofwel een jaaromzet van ten hoogste 2 miljoen euro behaalt ofwel waarvan het jaarlijkse balanstotaal niet meer dan 2 miljoen euro bedraagt”. Dat is de overname van artikel 3, punt 23 van Richtlijn (EU) 2019/882.
Er zijn dus twee voorwaarden, geen drie. Het personeelsaantal is dwingend — het moet onder tien liggen; tien volstaat niet. Het financiële deel is daarentegen een „of”: het is genoeg als één van beide grootheden op ten hoogste 2 miljoen euro blijft. Een bedrijf met 3 miljoen euro omzet maar een balanstotaal van 1,8 miljoen voldoet toch aan de definitie. Samenvattingen die schrijven „minder dan 10 medewerkers en maximaal 2 miljoen omzet” snijden precies daar een bocht af — en sluiten bedrijven uit die de tekst juist insluit.
| Personeel | Jaaromzet | Balanstotaal | Micro-onderneming? |
|---|---|---|---|
| 8 | € 1,4 mln | € 0,9 mln | ja — aan beide voorwaarden is voldaan |
| 8 | € 3,0 mln | € 1,8 mln | ja — de „of” volstaat, het balanstotaal draagt |
| 9 | € 2,0 mln | € 4,0 mln | ja — de omzet draagt („ten hoogste”) |
| 10 | € 0,5 mln | € 0,4 mln | nee — „minder dan tien” is niet vervuld |
| 12 | € 0,9 mln | € 0,7 mln | nee — het personeelsaantal breekt het |
| 8 | € 3,0 mln | € 2,6 mln | nee — geen van beide grootheden blijft onder de drempel |
Nagelezen bij § 2, nr. 17 BFSG op 27 augustus 2026. De tabel geeft de wettekst weer en is geen juridisch advies.
Twee kanttekeningen horen hierbij. Ten eerste geldt de uitzondering naar de tekst alleen voor micro-ondernemingen die diensten aanbieden of leveren. Wie producten in de zin van § 1, lid 2 BFSG maakt, invoert of verhandelt, is niet uitgezonderd; voor zulke micro-ondernemingen voorziet de wet slechts in verlichtingen van documentatie- en meldplichten (§ 16, lid 4; § 17, lid 2, derde volzin).
Ten tweede zegt de wet niet hoe „personen” geteld moeten worden — koppen, voltijdequivalenten, met of zonder uitzendkrachten, met of zonder de directie. Wij beweren hier geen telmethode, omdat de BFSG er geen bevat. Wie rond de tien zit, kan de vraag beter laten uitzoeken dan zelf beantwoorden: al het overige hangt ervan af.
Zuivere B2B: de uitzondering die er geen is
Strikt genomen is „alleen zakelijk” geen uitzondering maar een kwestie van reikwijdte. § 1, lid 3 ziet op diensten die aan consumenten worden geleverd, en § 2, nr. 26 vereist een individueel verzoek van een consument met het oog op een consumentenovereenkomst. Wie uitsluitend aan ondernemingen verkoopt, levert alleen al daarom geen dienst in de zin van die bepalingen.
Het praktische addertje zit elders: de kwalificatie volgt het feitelijke aanbod, niet de bedoeling. Een webwinkel waar iedereen zonder controle kan bestellen, en waar „verkoop uitsluitend aan bedrijven” in de kleine lettertjes staat, opent precies de discussie die het recht inzake overeenkomsten op afstand al jaren voert. Dezelfde vraag speelt bij het herroepingsrecht, bij prijsaanduidingen en bij precontractuele informatie — ze is niet nieuw en niet eigen aan toegankelijkheid.
Wij beoordelen die kwalificatie niet en kunnen haar niet meten. Wat wel gezegd kan worden: wie op zuivere B2B steunt, zou moeten zorgen dat het aanbod zelf dat draagt — registratie met verificatie, prijzen gericht op ondernemers, geen betaalmethoden en trajecten die kennelijk voor particulieren zijn ontworpen. Een zin in de algemene voorwaarden is de zwakst denkbare basis om een heel bedrijfsmodel te kwalificeren.
Drie verdere uitzonderingen die zelden worden genoemd
Ze staan in dezelfde wet maar komen in gidsen nauwelijks voor — en twee ervan vragen echt werk in plaats van het te besparen.
1. Inhoud die de wet niet dekt (§ 1, lid 4 BFSG). Uitgezonderd zijn: vooraf opgenomen tijdgebonden media die vóór 28 juni 2025 zijn gepubliceerd; kantoorbestandsformaten die vóór dezelfde datum zijn gepubliceerd; onlinekaarten en kaartdiensten, mits bij navigatiekaarten essentiële informatie digitaal toegankelijk beschikbaar is; inhoud van derden die de marktdeelnemer noch financiert noch ontwikkelt noch beheerst; en inhoud die als archief geldt omdat ze na 28 juni 2025 niet meer wordt bijgewerkt of herzien.
In de praktijk: een in 2023 geüploade productvideo zonder ondertiteling valt er niet onder — een in 2026 geüploade wel. En de ingesloten reviewwidget van een derde is alleen uitgezonderd zolang je hem niet betaalt en niet aanstuurt; bij een betaalde dienst is precies dat de open vraag.
2. Ingrijpende wijziging (§ 16 BFSG). De eisen gelden slechts voor zover naleving geen wezenlijke wijziging vergt die leidt tot een ingrijpende verandering van de aard van de dienst. Wie zich daarop beroept, moet de beoordeling zelf uitvoeren, documenteren, vijf jaar bewaren en de markttoezichthouder onverwijld informeren.
3. Onevenredige last (§ 17 BFSG). Ook hier geen zelfbediening. De beoordeling volgt de criteria van bijlage 4, moet worden gedocumenteerd en vijf jaar bewaard; een dienstverlener moet haar ten minste elke vijf jaar herhalen, daarnaast bij elke wijziging van de dienst en op verzoek van de bevoegde instantie. En lid 4 bevat een bepaling die makkelijk over het hoofd wordt gezien: wie externe publieke of private middelen ontvangt om de toegankelijkheid te verbeteren, mag zich niet op de onevenredige last beroepen. Een subsidie aannemen sluit die deur.
Beide uitzonderingen zijn toetsbaar, en ze worden getoetst: § 28, lid 3 BFSG verplicht de markttoezichthouder uitdrukkelijk om bij een beroep op § 16 of § 17 te controleren of de beoordeling überhaupt is uitgevoerd, of de criteria van bijlage 4 juist zijn toegepast en of aan de overige eisen wordt voldaan. Een ongedocumenteerd beroep op „onevenredig” is daarmee slechter dan geen.
Micro-ondernemingen zijn vrijgesteld van de meldplicht van § 17, lid 5 (tweede volzin) — maar hebben die doorgaans niet nodig, omdat § 3, lid 3 al op hen van toepassing is.
Waarom de uitzondering zelden het einde van de zaak is
Een uitzondering bevrijdt van één norm, niet van alle. § 3, lid 3 BFSG zondert micro-ondernemingen uit van de toegankelijkheidsplicht van lid 1. Van de colofonplicht (§ 5 van de Duitse wet digitale diensten), de informatieplicht van artikel 13 AVG, het toestemmingsvereiste van § 25 TDDDG en de prijsaanduidingsregels bevrijdt ze niemand. We meten die punten daarom in dezelfde run mee; wat daaruit kwam, staat in het artikel over wat de browser vóór de klik al laadt.
Een uitzondering is een momentopname. De tiende medewerker is snel aangenomen, en voor een groeiende webwinkel is de omzetdrempel geen constante. Wie op negen medewerkers zit, kan maar beter weten welke inspanning bij tien ontstaat — niet omdat het dringend is, maar omdat het dan planbaar wordt in plaats van een verrassing.
En een uitzondering verandert niets aan uw klanten. Toegankelijkheid is geen bijzonder geval voor een kleine groep: contrast onder de drempel hindert iedereen die zijn telefoon in de volle zon vasthoudt, en een bestelproces dat niet met het toetsenbord te bedienen is, kost bestellingen van mensen zonder beperking. Het omzetargument is hier het minst spectaculaire — en in kleine bedrijven vaak het enige dat telt.
Een toegankelijkheidsverklaring is trouwens ook voor uitgezonderden geen fout: het is een van de weinige beweringen die een bedrijf kosteloos toetsbaar kan maken. Wilt u er een opstellen: onze generator draait gratis in uw browser en onderscheidt het document voor private bedrijven van dat voor overheidsinstanties — die twee worden voortdurend verward.
En bent u niet uitgezonderd: wat u dan concreet verschuldigd bent
§ 14, lid 1 BFSG stelt twee voorwaarden waaronder een dienstverlener zijn dienst überhaupt mag aanbieden of leveren. Ten eerste moet de dienst voldoen aan de toegankelijkheidseisen van de uitvoeringsverordening (BFSGV). Ten tweede moet hij de informatie van bijlage 3, nr. 1 hebben opgesteld en voor het publiek in toegankelijke vorm beschikbaar hebben gesteld. Dat is de veelgenoemde „toegankelijkheidsverklaring” voor bedrijven — een ander document dan dat voor overheidsinstanties.
Lid 3 eist dat aan de eisen te allen tijde wordt voldaan en noemt uitdrukkelijk veranderingen in de wijze van dienstverlening, veranderingen in de geldende eisen en veranderingen in de geharmoniseerde normen als zaken waarmee de dienstverlener „naar behoren rekening” moet houden. Conformiteit is dus al in de wettekst zelf een blijvende toestand en geen project met een einddatum.
Lid 4 regelt het geval van niet-conformiteit: de nodige corrigerende maatregelen nemen — en de markttoezichthouder onverwijld informeren, met opgave van de aard van de niet-conformiteit en de genomen maatregelen. Lid 5 verplicht tot inlichtingen en medewerking op met redenen omkleed verzoek van de instantie.
Wat inhoudelijk moet worden vervuld, staat niet in de BFSG maar in de BFSGV. § 12 BFSGV bevat de algemene eisen aan diensten, § 19 BFSGV de aanvullende eisen aan diensten van de elektronische handel: informatie over de toegankelijkheid van de te koop aangeboden producten, voor zover de verantwoordelijke marktdeelnemer die beschikbaar stelt, alsook identificatie-, authenticatie-, beveiligings- en betaalfuncties die waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn vormgegeven.
En hoe meet je „waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust”? § 3 BFSGV verwijst naar de stand van de techniek en verplicht het Federaal Bureau voor Toegankelijkheid de maatgevende normen en conformiteitstabellen te publiceren. § 4 BFSG voegt daar het conformiteitsvermoeden aan toe: van producten en diensten die voldoen aan geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt vermoed dat ze aan de eisen voldoen — voor zover de norm die dekt. De maatgevende norm voor websites is EN 301 549, die voor webinhoud verwijst naar WCAG 2.1 niveau AA. Daarom toetsen wij aan die norm en niet aan een eigen lijstje: het is de enige die het vermoeden in werking zet.
Bronnen
Alle bepalingen zijn op 27 augustus 2026 bij de primaire bron gecontroleerd.
- Barrierefreiheitsstärkungsgesetz (BFSG) van 16 juli 2021 (BGBl. I blz. 2970), laatstelijk gewijzigd bij artikel 32 van de wet van 6 mei 2024§ 1, lid 3 (gedekte diensten) en § 1, lid 4 (niet-gedekte inhoud)https://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__1.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSG§ 2, nr. 16 (consument), nr. 17 (micro-onderneming), nr. 26 (diensten van de elektronische handel)https://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__2.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSG§ 3, lid 1 (hoofdplicht), lid 2 (delegatiegrondslag), lid 3, eerste volzin (uitzondering micro-ondernemingen)https://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__3.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSG§ 4 — conformiteitsvermoeden op grond van geharmoniseerde normenhttps://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__4.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSG§ 14 — verplichtingen van de dienstverlener, leden 1 tot en met 5https://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__14.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSG§ 16 — ingrijpende wijziging, in het bijzonder lid 2 (documentatie, vijf jaar) en lid 4https://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__16.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSG§ 17 — onevenredige last, in het bijzonder lid 3 (herhaling ten minste elke vijf jaar), lid 4 (middelen) en lid 5, tweede volzinhttps://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__17.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSG§ 28, lid 3 — toetsing door de instantie bij een beroep op § 16 of § 17https://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/__28.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSGBijlage 3, nr. 1 — informatie over dienstenhttps://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/anlage_3.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSGBijlage 4 — criteria voor de beoordeling van een onevenredige lasthttps://www.gesetze-im-internet.de/bfsg/anlage_4.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- Verordnung zum Barrierefreiheitsstärkungsgesetz (BFSGV)§ 3 (stand van de techniek, publicaties van het Federaal Bureau), § 12 (algemene eisen aan diensten)https://www.gesetze-im-internet.de/bfsgv/__12.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- BFSGV§ 19 — aanvullende eisen aan diensten van de elektronische handelhttps://www.gesetze-im-internet.de/bfsgv/__19.html (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- Richtlijn (EU) 2019/882 (Europese Toegankelijkheidsakte)Artikel 2 (toepassingsgebied), artikel 3, punt 23 (definitie micro-onderneming), bijlage V (informatie over diensten)https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2019/882/oj (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- EN 301 549 V3.2.1 (2021-03), „Accessibility requirements for ICT products and services”, ETSI/CEN/CENELECHoofdstuk 9 (Web) met verwijzing naar WCAG 2.1 niveau AAhttps://www.etsi.org/deliver/etsi_en/301500_301599/301549/03.02.01_60/en_301549v030201p.pdf (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
- Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.1, W3C-aanbevelingSuccescriteria van niveau AAhttps://www.w3.org/TR/WCAG21/ (opent in een nieuw venster)Geraadpleegd op 27.08.2026
Verder lezen
Wat het markttoezicht werkelijk doet
Geautomatiseerde voorcontroles, steekproeven volgens bijlage 1, getrapte procedure en het verzoekrecht.
792 bevindingen zijn 284 beslissingen
Waarom het aantal bevindingen het verkeerde prijsanker is — en hoe u een offerte narekent.
Geldt dit voor mij?
De vragenlijst: enkele stappen, een eerlijk antwoord — ook „u heeft ons niet nodig”.
Toegankelijkheidsverklaring maken
Gratis generator voor het document van bijlage 3 BFSG — en voor dat van overheidsinstanties.
Wel van toepassing? Kijk dan eerst waar u staat.
Voer uw adres in en zie meteen het aantal bevindingen. Gratis, zonder aanmelding, getoetst aan EN 301 549 V3.2.1 met verwijzing naar WCAG 2.1 AA.